De Rhodesian Ridgeback

copyright 2012 H.Pluimers fotografie

De Rhodesian Ridgeback of in het Afrikaans de “Pronkrug”, is vernoemd naar de opvallende “pronk”, “ridge” of gewoon de streep op zijn rug. Grappenmakers vragen soms of dit de ritssluiting is, maar de ridge is een streep vacht over de ruggengraat van de hond waarbij de haren in tegengestelde richting groeien vergeleken met de rest van de vacht. Deze hond vindt zijn oorsprong in Zuid-Afrika.

In 1652 kwam Jan van Riebeeck in opdracht van de Oost-Indische Compagnie op de Kaap. Daar ontmoette hij de Hottentotten met hun vee, schapen en honden. Volgens de geschiedenis zijn deze Hottentotten vanuit Somaliland in het noorden van Afrika via Centraal- Afrika naar Zuid-Afrika getrokken in een tocht die in totaal meer dan duizend jaar heeft geduurd. In deze tocht jaagden ze de oudste inwoners van Afrika, de Bosjesmannen, voor zich uit en werden ze zelf op de hielen gezeten door de Bantustammen.

Het vee en de schapen van de Hottentotten hebben een duidelijke Noord- en Centraal-Afrikaanse oorsprong, waardoor we aannemen dat hun honden dat ook zijn. De eerste beschrijvingen van deze honden door blanken komen uit het begin van de zestiende eeuw. Volgens deze beschrijving waren de honden zeer scherp en vechtlustig van aard. Ze hadden rechte oren, waren klein, leken veel op jakhalzen en ze hadden een pronk. Behalve deze pronk zijn er dus weinig overeenkomsten met de Rhodesian Ridgeback zoals we die nu kennen.


De Rhodesian Ridgeback dient een kleur te hebben van licht- tot roodtarwe. Een beetje wit op de borst en tenen is toegestaan maar overmatig wit op de buik, borst en boven de voeten is niet wenselijk. Het masker en de oren mogen donkerder zijn dan de rest van de vacht.

Normaal voorkomende kleuren
Hieronder zie je een aantal normaal voorkomende tarwekleurvarieteiten van licht tot donker. Deze kleur komt voor bij zowel een rhodesian ridgeback met een zwarte neus (incl. donker masker) als een bruine neus (geen zwart masker).Your description text

De Dermoid Sinus (Dermoid = huid, Sinus =opening/tunneltje) is een aangeboren, erfelijke afwijking bij de Rhodesian Ridgeback. Het is een zogenaamd “neuraalbuisdefect”, vergelijkbaar met een “open-ruggetje” bij baby’s.
Tijdens de embryonale fase treedt er een scheiding op tussen de cellen die het ruggemerg gaan vormen en de cellen die later de huid vormen. Bij pups met een DS gaat er tijdens die scheiding iets mis, waardoor er een opening blijft bestaan in de huid, die als het ware een tunneltje vormt naar beneden, soms tot aan het ruggemerg.[/column]
Niet altijd lopen ze zo diep door, soms zit er alleen een “dipje” in de huid en soms zit de DS vast op een spier onder de huid. De DS komt vrijwel uitsluitend voor op de middenlijn, de denkbeeldige lijn tussen neuspunt en staartpunt. Een enkele keer wordt er wel een DS gezien op een andere plek, meestal op de kop of aan de basis van het oor. De DS zit meestal voor of achter de ridge, zelden er op. Ook ridgeloze rhodesia ridgeback pups kunnen een DS hebben. Vlak na de geboorte kan een DS soms al gevoeld worden.

Heupinformatie hier